Jung en het vrouwelijke

Het labyrint 

De Ware betekenis van het Kruis

Wie was Maria Magdalena eigenlijk?

Het Evangelie van Isis.

 

                                         Jung en het vrouwelijke. 

De dieptepsycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961) wordt door spirituele mensen meestal erg gewaardeerd. Zijn begrippen waaronder anima, animus en archetypen zijn zo algemeen aanvaard, dat ze een deel zijn uit gaan maken van ons collectieve gedachtegoed. We denken dat het zo is en zijn bijna vergeten dat ze zijn bedacht en ingevuld door Jung en dat ze vóór die tijd niet in deze vorm bestonden. Jung wordt eveneens geprezen voor zijn positieve aandacht voor het vrouwelijke. Voor zijn tijd was dat zeker waar. Maar of dat nu nog geldt, is de moeite van het onderzoeken waard.  

Jung was aanvankelijk een enthousiast volgeling van Sigmund Freud (1856-1939) Deze had de psychologie van de verdringing ontworpen. Beide heren begonnen hun werk in de 19e eeuw die gekenmerkt werd door de Victoriaanse moraal, een denk- en gedragswijze die een grote invloed had in heel Europa tot vér in de 20 eeuw. Zoals we weten werd er toen een scherp onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen, met de daaraan gekoppelde dubbele moraal. Mannen werden beschouwd als van nature krachtig en logisch denkend en daarom de aangewezen personen om zich bezig te houden met politiek en zaken doen. Vrouwen daarentegen waren van nature te fragiel daarvoor en moesten beschermd worden tegen de harde wereld door thuis te blijven. Dit uitte zich ook in de seksualiteit: vrouwen behoorden geen lustgevoelens te hebben en geheel ten dienste te staan aan de driften van de man. Bij veel vrouwen uit de hogere klassen leidde dit tot psychische fricties, die door Freud ‘hysterieën’ genoemd werden. Hij constateerde dat er bij deze vrouwen ‘ongeoorloofde’ seksuele gedachten voorkwamen, die hij zag als de enige oorzaak van alle neurosen. Deze opvatting vond Jung echter te beperkt en hij begon, gedwongen door het fanatisme van Freud, te zoeken naar andere bronnen van stoornissen. Zo kwam hij terecht in wat hij ging noemen het collectief onderbewuste, met daarbinnen de animus, als zijnde het mannelijk deel in de vrouw en de anima, het vrouwelijk deel in de man. De grote verdienste van Jung is dat hij heeft laten zien dat vrouwelijkheid en mannelijkheid niet sekse-gebonden zijn.

Toch heb ik het met sommige van de ideeën van Jung altijd moeilijk gehad. Met name in zijn concept van vrouwelijkheid heb ik me gevangen gevoeld omdat ik mezelf daarin niet herken. Want wat beoogt Jung eigenlijk? Hij ziet de anima (in de man) en ook de animus (in de vrouw) als negatief, als iets dat overwonnen en geïntegreerd moet worden. In zijn bekende boek Herinneringen, dromen, gedachten(1985) schrijft hij:” De animus projecteert zich… bij voorkeur op ‘geestelijke autoriteiten’ en andere ‘helden’. De anima maakt zich graag meester van het onbewuste, lege, frigide, hulpeloze, ongerelateerde, donkere en dubbelzinnige in de vrouw”. En verderop: “Het geheim van de vrouw is dat het leven tot haar komt via de geestelijke gestalte van de animus (…); het werkelijke leven, waarbij ze ook slachtoffer is, komt tot de vrouw via het verstand”( onderstreping van mij). Ik heb deze zinnen als voetnoot vermeld in mijn boek op pagina 149 ( hoofdstuk 8). Jung ziet het vrouwelijke als maanachtig, dat is passief, ontvangend, lieftallig en onbewust en tevens als het donkere, verleidelijke en verslindende.
Van dit soort opvattingen word ik niet blij. Want als een vrouw nu eens niet lieftallig, zacht en ontvangend is, maar krachtig, assertief en leidend? Hoe vaak heb ik niet te horen gekregen dat als ik vanuit die kwaliteiten handelde, ik toch echt wat meer ‘vrouwelijk’ moest worden.? Dat doet wat met je. Na een tijdje ga je toch bijna denken dat er wat mis is met je.

Door het onderzoek naar de prehistorie, waaraan ik een deel van mijn boek heb gewijd, heb ik iets belangrijks ontdekt, namelijk dat onze ( Jung’s) definitie van vrouwelijkheid cultureel bepaald is en een gevolg van een al eeuwen door mannen gedomineerde samenleving met de daarbij behorende maatschappelijke en religieuze opvattingen. We kunnen rustig zeggen dat Jung het vrouwelijke – én het mannelijke – beschreven heeft in de context van zijn tijd, namelijk als twee heel verschillende wezens, als universele- dat is: onveranderlijke – archetypes. Jung hield dus de dichotomie, de polarisatie, in stand, die het wezenskenmerk is van het patriarchaat. Onder zijn volgelingen leidt dat dikwijls tot verwarrende theorieën. 

De Grote Moeder.
Jung en zijn volgelingen hadden een fascinatie voor het vrouwelijke archetype. Een van Jung’s meest briljante leerlingen, Erich Neumann (1905-1960) werkte dit concept verder uit in zijn boek :The Great Mother. Hij onderscheidt in het vrouwelijke archetype drie vormen. Dat lijkt in eerste instantie op de Drievoudige Godin, die wij kennen uit de oude geschiedenis: de Maagd (het meisje), de Moeder en de Wijze Oude Vrouw. De drie aspecten van de Zonnevrouw, die in meer patriarchale tijden werden omgezet in die van de Maangodin. Tot zover begrijpelijk. Maar nu zien we bij Neumann een heel andere indeling verschijnen, namelijk de mater, het meisje en de anima, in deze volgorde. De mater staat gelijk aan de volwassen vrouw, de moeder. Het meisje is de jonge vrouw, dus de maagd en tja, de Oude Wijze vrouw ontbreekt hier ogenschijnlijk. In de Jungiaanse leer heeft elk archetype een positieve en negatieve kant, dualistisch dus. Het archetype van de Grote Moeder wordt zo onderverdeeld in de goede moeder ( d.i. de leven gevende, koesterende moeder) en de slechte moeder (de personificatie van dood en vernietiging).Jung en Neumann noemen dit laatste aspect het transformatieve deel van de mater en stellen dit gelijk aan de anima. De anima is de term voor het vrouwelijke deel in de man. Deze anima is volgens Jung een hoger aspect dan de mater. Met andere woorden: het vrouwelijk deel in de man is een hogere bewustzijnsvorm dan het vrouwelijke pur sang.(!) Ook de anima wordt weer verdeeld in een goede en slechte kant. De goede kant is de Godin van de Wijsheid (Sophia), die de man leidt naar hogere dingen. Je zou kunnen zeggen dat in de goede anima de Oude Wijze Vrouw weer terugkeert. De slechte kant van de anima is de verleidster, de heks, die de man tot zonde verleidt, ook de zeemeermin, de sirene. Dit aspect vergiftigt de man, maakt hem gek en doet zeelieden schipbreuk lijden. Nu is dit al heel verwarrend volgens mij, maar het wordt nog vreemder als de beide heren vinden dat de anima een jeugdig karakter heeft en daarin het meest lijkt op het archetype van het meisje (ofwel de maagd). Wie kan dit nog volgen? In mijn ogen is deze hele theorie een mentale constructie, die verwarrend werkt. Ik word hier eigenlijk heel verdrietig van, net alsof ik in stukjes wordt opgesplitst. En omdat deze opvattingen zo algemeen aanvaard worden, bestaat er volgens mij in de westerse cultuur een grote verwarring over wat nu echt vrouwelijkheid – en mannelijkheid – is. 

Maangodin?
Een andere invloedrijke volgelinge van Jung was de psycho-analytica Mary Esther Harding (1888-1971.) Voor mijn eigen boek heb ik vooral geput uit op haar bekendste werk: Woman’s Mysteries, ancient and modern.(1955).Ook hier kom ik weer dezelfde verwarringscheppende dubbelzijdigheid tegen. Enerzijds duidt zij Osiris als maangod aan - wat hij van oorsprong ook was - en geeft een prachtige beschrijving van de levensloop van de Maanman in overeenstemming met de maanfasen. Anderzijds noemt ze Isis eveneens een maangodheid. Nu was Isis in Egypte zeker ook bekend als maangodin, maar pas in de laatste paar eeuwen vóór het begin van onze jaartelling. In die periode was Osiris allang tot zonnegod verheven. In al de eeuwen hiervoor, toen Osiris maangod was, was Isis de zonnegodin. De Zonnevrouw, die het leven geeft vanuit haar vuur, die de voorwaarden schept voor de menselijke beschaving, door wier warmte het graan groeit en het brood gebakken wordt. Dit is een heel ander beeld van het vrouwelijke, namelijk van een kracht die richting en leiding geeft aan een gemeenschap, een samenleving. In de prehistorie was dit zo en bij veel natuurvolkeren zien we hetzelfde: de vrouwen kennen de noden van de gemeenschap en geven leiding daarin; de mannen volgen dit inzicht en ontplooien hun natuurlijke innovatiedrang om dit te steunen en te beschermen. Vanuit de betrokkenheid van het moederschapspotentieel richt zich de natuurlijke aandacht van de vrouw op de zorg voor het grotere geheel.
Bij Esther Harding is de godin – de Maan-  koel, emotionele harteloos zelfs, zoals de maan koud is. Maar ze kan niet ontkennen dat in haar maatschappelijke werkelijkheid meestal de man koud en afstandelijk is, terwijl de vrouw hartstochtelijk en warm is. Zo spreekt zij zichzelf tegen.
Om eerlijk te zeggen kan ik niet meer uit de voeten met de bestaande opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ik zie waar ze vandaan komen en ik hoor daar niet meer thuis. Volgens mij kunnen wij in onze tijd niet verder met deze inhouden. Maar wat dan?

Slot.
Wereldwijd is opnieuw het energieveld van het Vrouwelijk Principe – de Shakti-kracht - aan het groeien. In oost en west komen vrouwen samen om hieraan deel te hebben en dit te versterken. Door mijn jarenlange ervaring met de energie van Isis, weet ik dat het beschikbaar en bereikbaar is. Bovendien heb ik sinds jaren contact met een groep vrouwelijke sjamanen in de geestelijke wereld: de Zusterschap. Ook zij hebben ons iets te bieden. Nu Het Evangelie van Isis geschreven is, voel ik dat het tijd is om weer cirkels van vrouwen te houden.

Daarom begin ik dit najaar ( 2008) met ééndagsworkshops voor vrouwen, onder de titel In de Cirkel. Tijdens deze bijeenkomsten wordt er ruimte gecreëerd voor meditatieve stilte, waarin we het vrouwelijk energieveld kunnen gaan ervaren, is er aandacht voor het delen met elkaar en kunnen we leren om dit ware vrouwelijke, ontdaan van de conditioneringen, in te zetten in ons dagelijks leven.

( voor practische informatie, zie de Agenda)

 

 Het Labyrint – een pad van transformatie.
 5 maart 2008. .

Het labyrint is een oeroud en krachtig symbool van het vrouwelijke, dat we overal op de wereld aantreffen. In mijn boek heb ik er maar kort aandacht aan kunnen besteden (pag. 43 en 150). Ik vind het echter een uitermate boeiend symbool en omdat ik het ook gekozen heb als logo voor mijn praktijk, wil ik er hier iets uitvoeriger op in gaan.
Labyrinten zijn gevonden in het hele Middellandse Zeegebied, in Noordwest Europa, vooral in Skandinavië, in IJsland, India, Peru, Noord-Amerika en Noord-Afrika. Het meest bekende oude labyrint is dat van de tempel van Knossos op Kreta.

De mythe van het labyrint van Kreta.

In de Griekse mythologie komt een verhaal voor, dat gaat over de held Theseus, die de Minotaurus moest doden, een wezen dat half mens, half stier was en zich bevond in het centrum van het labyrint te Knossos. De Minotaurus eiste namelijk van de burgers van Athene elke negen jaar zeven jongens en zeven meisjes om op te eten. De schone prinses Ariadne hielp Theseus door hem een bol wol te geven, waarmee hij zijn weg terug kon vinden als hij de stier verslagen had. Volgens de Grieken was de Minotaurus de zoon van de Kretenzische koningin Parsiphae en een witte stier. Hierdoor werd het duidelijk dat zij echtbreuk gepleegd had aan haar man, koning Minos en dus moest het product daarvan verborgen worden gehouden. Ariadne was de dochter van Minos en Parsiphae. Dit verhaal zou zich afgespeeld kunnen hebben na 1450 v. Chr., tijdens de Myceense beschaving op Kreta (pag. 66 ), toen er voor het eerst koningen waren op het voorheen door vrouwen bestuurde eiland. Dit verhaal heeft dan ook een duidelijk patriarchale inslag. We kunnen dat onder meer zien aan de verwarring die in dit verhaal zit tussen een labyrint en een doolhof.

                                                        7-voudig linksdraaiend labyrint

 De werkelijke betekenis.

Een doolhof is een structuur met verschillende paden, waarvan sommigen dood lopen, waarin je de weg naar buiten moet zoeken en waarin je kunt verdwalen. Een labyrint heeft echter maar één pad, dat eenduidig en spiraalsgewijs naar het centrum gaat en weer terug. Je kunt er niet in verdwalen, want de weg is duidelijk. In de tijd dat deze Griekse mythe ontstond, kenden ze dat verschil niet meer. Daarom had Theseus een draad nodig om de weg terug te vinden. Het labyrint op Kreta was echter veel ouder dan de Griekse tijd, zo blijkt uit afbeeldingen van ca. 2500 v. Chr. Op vazen en munten. Het had ook een heel andere functie. Op veel plekken in het Middellandse Zeegebied zijn ronde stenen vloeren gevonden, waar in mozaïek een labyrint was ingelegd. Het waren dansvloeren, die gebruikt werden bij rituelen. Daar werden dansen gedanst om de doden naar het dodenrijk te vergezellen en hen te helpen met de wedergeboorte. Ook werd er gedanst om de Zonnegodin, die zich in het centrum van het labyrint bevindt, wakker te maken aan het einde van de winter. In grote delen van de wereld kent men in de folklore nog de lentedansen, ook wel doolhofdansen genoemd. Dergelijke dansen zouden tussen 3000 en 2000 jaar v. Chr, naar Engeland zijn gebracht vanuit Noord-Afrika. Het labyrint in Knossos was waarschijnlijk ook zo’n gewijde dansplek. En Ariadne was in wezen de Zonnevrouw van Kreta, de Godin van het labyrint, die elk jaar stierf en in het voorjaar tot leven werd gewekt.
De paring van Parsiphae met de stier echoot de oude voor-patriarchale traditie dat de Godin zich verenigt met de mannelijke vruchtbaarheidsgod, die vaak werd voorgesteld als een witte stier. Het is dus een weergave van het heilig huwelijk. Dit werd ritueel uitgebeeld door de priesteres van de Godin, die koeienhorens droeg en een man met een stiermasker op.
De bol wol die Ariadne aan de held geeft, roept het beeld op van de oeroude goddelijke Weefster, die we in zoveel oude verhalen tegenkomen. De Godin is hierin het symbool van degene die de levensdraad bezit en daarmee het leven weeft. Zo zit de Noorse godin Freya aan haar spinnenwiel, de Anatolische godin Leto draagt een spintol bij zich, de Egyptische godin Neith weeft het net van de schepping, de Baltische godin Saule weeft de zonnestralen. En Ariadne loopt dus met een bol wol in haar hand. Toeval?

 Ook in de noordelijke landen van Europa kwamen labyrinten veelvuldig voor. Ze werden daar Trojaburchten genoemd. Dat heeft niets te maken met de oude stad Troje, maar met het grondwoord draaien. ( Keltisch: troian, Platduits: draien, Middelengels: throwen, Deens: dreje.) De ronddraaiende dans heette in Duitsland: Troi of Troyer. Een Trojaburcht was een omheinde plaats, waar vrouwen woonden, die een rituele en bestuurlijke functie hadden in het gebied. De belangrijkste bewoonster was de Volksmoeder, die werd vergezeld door zeven maagden, die tezamen een lamp brandende hielden, door daar dag en nacht bij te waken. Rondom deze burchten was het labyrint aangelegd, waar de rituele dansen plaatsvonden. Ook in Nederland hebben zulke burchten bestaan, onder andere op Texel, in Medemblik, Staveren en Middelburcht. Melding hiervan wordt gemaakt in het Oera Linda Bok, een oud-Fries handschrift uit de 13 eeuw. De bekende Glastonbury Tor in Engeland - waar het labyrint heuvelopwaarts is aangelegd - was waarschijnlijk ooit zo’n Trojaburcht.

Functies van het labyrint.

We hebben al gezien dat één van de functies van een labyrint is geweest het terugbrengen van de zon na de winter. En tevens het begeleiden van de doden door het dodenrijk. Want immers het centrale punt van het labyrint is het midden, de plek van de Godin, dat een energetische poort vormt in de aarde, naar de onderwereld. Volgens de oude volkeren was dat de plaats waar de zielen van de doden zijn. Daar vanuit kan de wedergeboorte plaatsvinden; de ziel trekt opnieuw het aardse kleed aan en komt te voorschijn in de wereld. Daarom is het labyrint tevens een instrument gebruikt voor inwijdingen. De inwijdeling ondergaat dan een psychologische dood en beleeft een verandering van bewustzijn, waarmee hij/ zij opnieuw geboren wordt. Het labyrint werd dan ook gezien als het symbool van de baarmoeder van de Grote Moeder en van de Aarde zelf.
De Hopi-indianen kennen het labyrint als symbool van Verrijzenis. Hun beeld is dat van een man die aan de ingang van het labyrint staat. Die verbeeldt het menselijke zaad, dat de vrouwelijke ruimte alleen kan binnentreden en bevruchten na een purificatieceremonie. Zo gezien is het labyrint tevens een symbool voor de tantrische – heilige – seksualiteit.  Het labyrint wordt tot de mandala van de heilige eenheid, van waaruit de nieuwe creatie ontstaat.

 Hedendaags gebruik.

Het labyrint is een heel geschikt middel tot meditatie. Door het langzaam en bewust lopen van het pad ontstaat kalmte en centering in lichaam en geest; de aandacht wordt op de binnenwereld gericht en het rumoer van de gedachten wordt minder en minder. Het proces opent het bewustzijn naar het innerlijke zelf en geeft de mogelijkheid impulsen en antwoorden te ontvangen van het diepere zelf en van de aarde-moeder. Dat is dan ook de reden waarom ik het labyrint gebruik, zowel voor mezelf, als voor cliënten. In het midden komt alles samen, het kosmische en het aardse en kan er een moment van volstrekte eenheid ontstaan. De essentie van wie je bent wordt openbaar. Het is elke keer weer een verrassing en een ontroering om dat mee te maken. Het labyrint werkt nog steeds.

                                                             ~~~~~~~~~~~~~~

De Ware betekenis van het Kruis, 30 januari 2008. 

Zoals ik tijdens sommige lezingen verteld heb, is de impuls voor het schrijven van mijn boek “Het Evangelie van Isis”, eigenlijk ontstaan na het geven van een vrouwenworkshop samen met een collega, tijdens de Paasdagen van 1996. De titel van deze workshop, die ik innerlijk ‘hoorde’, luidde: “De Herrijzenis van Isis en de Wederkomst van Christus”. Ik vond dat destijds nogal een pompeuze titel, waarvan ik de diepere betekenis niet echt begreep. Tijdens deze workshop ging het vooral over het lijden van vrouwen door de eeuwen heen als gevolg van de opstelling van de Rooms-Katholieke Kerk. Ook werd er langs mediamieke weg gezegd dat Isis door de kerk gezien werd als de “Antichrist”. Hierbij werd er impliciet van uit gegaan dat de godin Isis kennelijk een rol speelde in het leven van vroege christenen. Wat ik wel begreep is dat het herstellen van het Vrouwelijk Beginsel een noodzakelijke voorwaarde is om de werkelijke Verlossing – het Christusbewustzijn – te verkrijgen. Maar hoe het precies zat – ook in de historische context - dat was me niet duidelijk. Hierom ben ik mijn onderzoek begonnen naar de rol van het vrouwelijke in het  vroege christendom, waarvan dit boek de neerslag is. 

Het interessante is nu, dat ik, terugkijkend naar dit boek, allerlei thema’s en symbolen zie, die als rode draden door het betoog heen lopen en waarvan de betekenis door de tijd heen is veranderd. Zo is er het thema van de Goddelijke Drie-eenheid, het Heilig Huwelijk, de Heilige Communie, de Twee Zusters, om maar enkele te noemen. Symbolen zijn bijvoorbeeld de zon en de maan, de levensboom, de onderwereld, de vesica piscis, de spiegel en het kruis. Deze thema’s en symbolen geven elk een diepere, esoterische betekenis weer, die duidelijker wordt als we de historische context kennen.
Over het symbool van het Kruis kreeg ik laatst een dieper inzicht aangereikt, dat ik graag met u wil delen. Het maakt meteen veel duidelijk over de titel van de bovengenoemde workshop.

 Het christelijke Kruis.
Het Kruis heeft in het christelijk geloof de betekenis gekregen van lijden. Het is Jezus die volgens de bijbel aan het kruis genageld wordt met handen en voeten en daar moet hangen tot de dood er op volgt. Ik weet nog goed hoe ik daar als kind van gruwde en het liefst mijn vingers in de oren wilde stoppen als de dominee vanaf de kansel dit alles tot in de meest bloederige details vertelde. En, werd er bij gezegd: “om ónze zonden”. Het was dus ook nog eens mijn schuld, dat ze deze arme man martelden. En ik vroeg me in vredesnaam af wat ik dan toch voor kwaad gedaan had! Ik was dus geen goeie vriendjes met dat kruis, integendeel.Ik denk dat dit voor velen van mijn generatie met een Protestants-Christelijke achtergrond, herkenbaar zal zijn.

 Levensboom.
Oorspronkelijk had het kruis echter een heel andere betekenis. Het wijst direct terug naar de Levensboom, het symbool van de Godin van het Leven. In het Middellandse Zeegebied was dat de vijgenboom. In Soemerië werden de vruchten van deze boom door godinnen aan de mens uitgedeeld. Het witte vocht dat uit de bast komt werd gezien als de goddelijke moedermelk. In Egypte werd de vijgenboom genoemd : “Het Levende Lichaam van Hathor op Aarde”.Het eten van de vruchten en het drinken van de melk van de boom werd gezien als de heilige communie met het goddelijke, dat vrouwelijk was. Later werd deze boom aan Isis gewijd. We zien dan ook afbeeldingen waarin Isis-als-boom de koning voedt met haar melk.( zie afb. op pag.88) In oude Europese culturen kennen we het symbool van de Wereldes, genaamd Yggdrasil. Deze levensbomen staan volgens de oude wijsheid in het centrum van de wereld, daar waar de vier richtingen tezamen komen. Dat verbeeldt de Oermoeder met haar Vier Zonen of Vier Broeders, de Winden of windrichtingen. Elk van deze richtingen heeft een spirituele kwaliteit, die onder andere te maken heeft met de seizoenen. De Levensboom staat dus in het centrum van een gelijkbenig kruis. Ook de Maya’s kenden zo’n kruis en noemden dat de Wereldboom, die de Vier Richtingen van de wereld creëert en in stand houdt. Zo was ook de Boom der Kennis in het bijbelse Paradijs gesitueerd in het centrum van de Hof van Eden. De Godin van die boom werd in Babylonië  genoemd de “Goddelijke Vrouwe van Eden”. Het centrum van de wereld werd dus van oorsprong als vrouwelijk ervaren. Het kruis komt ook voor als zonnesymbool, centrum van levenskracht en schepping en is in de prehistorie eveneens vrouwelijk, zoals ik in hoofdstuk 8 heb laten zien. (zie afb op pag.157.) Het kruis en het centrum daarvan is dus het symbool van vreugde, overvloed en eenheid van heel de wereld. Ook de eenheid tussen het vrouwelijke en het mannelijke; waar zij beiden immers voortkomen uit dezelfde bron: de Grote Moeder.

Verlossing door lijden.
Door de komst van het patriarchaat ontstond een scheiding tussen de seksen. Ik heb dit uitgebreid laten zien in het gedeelte “de mythe van Eva”( hoofdstuk 5). Toch was nog lange tijd, zeker in de periode van de mysteriereligies in het Midden-Oosten, de boom nog steeds het symbool van de Godin. Nu was het haar zoon, die met de boom mythisch verbonden was. Attis bijvoorbeeld werd geboren uit de amandelboom, die door zijn moeder Cybele geschapen was. Adonis, de zoon van Aphrodite, komt uit een mirreboom. De Egyptische Osiris wordt begraven in een tamariskboom en later te rusten gelegd onder een acaciaboom. Allen bomen die de Godin vertegenwoordigen. Maar de ware betekenis van de Levensboom verandert als de boom verwordt tot slecht een paal of staak, waaraan de godinnenzoon wordt vastgemaakt om te lijden. Hier komt voor het eerst het thema ‘verlossing door lijden’ tot uiting. Door de geweldsstructuur van het patriarchaat was namelijk een besef van ‘zonde’ in de wereld gekomen, en daarvan kon je als mens alleen van bevrijd worden door opoffering en lijden. Dat is de boodschap van dit symbool van de lijdende mens (zoon).

In de Griekse oudheid was het kruis een heilig symbool. De vier zijden symboliseerden de vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. Het vijfde element, ether of geest, bevindt zich dan in het midden. Men stelde zich een mannenfiguur voor, genageld aan een kruis, als symbool voor de ziel gekluisterd aan het aardse lichaam. Het kruis is dus het lichamelijke. In die tijd al heeft het mannelijk denken een scheiding aangebracht tussen het hemelse en het aardse. Het hemelse (hogere) is waar de mens naar moet streven en het aardse (lagere) heeft de betekenis van lijden. Ook in de gnostiek heeft het kruis de betekenis van afscheiding tussen het hemelse ( pleroma) en het aardse ( kenoma). Het is de Vadergod zelf die dit kruis aanbrengt, zodat zogenaamde ‘lagere’ emoties niet door kunnen dringen tot zijn troon. Naast de scheiding tussen man en vrouw, was er ook een scheiding tussen ‘boven’ en ‘beneden’ ontstaan.

Het Nieuwe Kruis.
Nu begon ik in te zien wat het bewustzijn hiervan voor onze huidige tijd kan inhouden. Ik zie het als volgt vóór me:  als we de horizontale lijn van het kruis beschouwen, zien we op dit aardse vlak aan beide uiteinden twee polen tegenover elkaar: man en vrouw. Zolang aan één van beide teveel gewicht wordt gegeven, kunnen die beiden niet tot elkaar komen in het midden van de lijn, want er is disbalans, dualiteit. Dan komt er in de ontwikkeling van de mensheid een verticale lijn dwars doorheen: bovenaan is de hemel en onderaan de aarde. Het ene is goed, het andere niet. Het kruis is compleet, maar de verticale lijn heeft een nog sterkere scheiding tot stand gebracht op het aardse vlak, waardoor de twee mensen nog moeilijker bij elkaar kunnen komen. Maar het omgekeerde is ook waar: door de scheiding tussen man en vrouw kunnen ook het hemelse (de ziel ) en het aardse (het lichaam) zich niet verenigen. Geen van de vier aspecten kan het midden van het kruis bereiken. Er kan derhalve geen schepping plaatsvinden.

Hier komt de betekenis in zicht van de boodschap die ik ontving in 1996. Namelijk: het Christusbewustzijn kan nooit compleet zijn, wanneer het uitsluitend verbeeld wordt via het mannelijke. De Creste Isis ( Isis-Christus) moet er aan toegevoegd worden. In mijn onderzoek heb ik nu kunnen laten zien hoe de Isis-cultus een belangrijke invloed had op het ontstaan van het vroege christendom. Door deze informatie wordt een ontbrekend deel aan ons bewustzijn toegevoegd. Hierdoor kunnen de Creste Jezus en de Creste Isis bijeen gevoegd worden en iets werkelijk nieuws ontstaan. Het mannelijke en vrouwelijke  - in onszelf én in het collectief – kunnen samenkomen in het centrum van het kruis, de plaats van creatie. Je zou dit punt kunnen dien als het  collectieve 2e chakrapunt van de mens. Dit 2e chakra – de seksualiteit - was verstoord door de pijn van op het vrouwelijke en op het mannelijke en kan nu  worden geheeld.

 Maar er is nóg iets nodig: namelijk het besef dat dit samenkomen in essentie een gewijde hereniging is, en die gaat altijd via het hart.  Het tweede chakra wordt zo opnieuw verbonden met het hartchakra. En het is het hart, waar ook die twee andere punten samenkomen: enerzijds de kosmos, het hemelse; anderzijds het fysieke, het aardse, het lichaam. Dat kan alleen als we indringend beseffen dat beide polen gelijkwaardig zijn; dat het aardse, fysieke leven even heilig is als de geestelijke immateriële werkelijkheden. Want ze zijn in wezen één, komend uit dezelfde bron. Nu begrijp ik ook sterker de diepe betekenis van tantra, de gewijde seksualiteit, die in feite een vereniging van alle vier de richtingen inhoudt. Het Kruis is nu opnieuw een symbool van eenheid en vreugde geworden. 

Toen ik me dit alles bewust werd, voelde ik dat zich een poort opende in het hart van het nu vernieuwde kruis. Ik zag dat die poort leidt naar een nieuwe scheppingkracht, een nieuwe wereld. Niet ergens ver weg, maar hier, bij ons op aarde. Ik begrijp ook des te meer, waarom ik me zo gedreven voelde die passage uit het Thomas-Evangelie toe te voegen aan het slot van mijn boek:

                   Waar u de twee tot één maakt;
                  waar u het innerlijk maakt als het uiterlijk,
                  en het uiterlijk als het innerlijk,
                  en het boven als beneden;
                  en als jullie het mannelijke en het vrouwelijke
                  tot één maakt,
                  zodat het mannelijke niet mannelijk zal zijn
                  en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
                 dan zult u binnengaan in het Koninkrijk.
                                   ~~~~

               Top

 

 

Wie was Maria Magdalena eigenlijk?

 De belangstelling voor Maria Magdalena bloeit en groeit. Er is zelfs  een traditie ontstaan van festivals ter ere van haar: op haar naamdag 22 juli, in Frankrijk en elk najaar in Zutphen. Ook komen speciaal vrouwen bijeen om zich met haar te verbinden. Voor velen is zij het symbool van het wegdrukken van het vrouwelijke in het christelijk geloof. Over haar leven doen verschillende, soms tegenstrijdige, verhalen de ronde. Volgens sommigen is zij gestorven in een grot nabij het Franse plaatsje Beaune, waar zij boete deed voor haar zonden. Volgens anderen heeft zij een rondreis door Frankrijk gemaakt en is zelfs in het veel noordelijker gelegen Vézelay geweest. Er zijn mensen die denken dat zij naar Engeland is overgestoken. Maar er zijn ook bronnen die stellen dat zij met de moeder van Jezus naar Efese (in Turkije) is gegaan en helemaal niet naar Frankrijk. Verder is er verondersteld dat zij tenminste één kind heeft gehad bij Jezus, volgens anderen meerdere. Maar wie was zij nu eigenlijk echt?

 Eigenlijk weten we weinig concreets over haar. De bijbel vermeldt niet meer dan dat zij Jezus volgde, hem waarschijnlijk financieel ondersteunde en onder het kruis stond. Ook waren er bij haar ‘zeven duivelen’ uitgedreven, zo staat er geschreven. In een gnostische tekst lezen we dan nog dat zij de vrouw was die het Al kende en aan de mannelijke discipelen de leer van Jezus uitlegde. Maar over haar levensloop, waar ze vandaan kwam en wat ze deed na de kruisiging, is niets bekend. Door al die verschillende vage verhalen over haar lijkt het er sterk op dat we hier te maken hebben met een mythisch personage. Een archetype, een rolmodel, dat een bepaalde bovenpersoonlijke betekenis uitstraalt. Maar is dat ook niet met Jezus het geval? 

Wetenschappers zijn er al meer dan honderd jaar van overtuigd dat we de verhalen in de bijbel niet moeten zien als een historisch verslag. Er is ook geen enkele andere bron waaruit we kunnen opmaken dat Jezus werkelijk heeft geleefd. De bekende kerkvader Augustinus, die leefde in de 3e eeuw na Christus en als denker een grote invloed heeft gehad op het middeleeuwse christendom, was van mening dat de bijbelverhalen allegorisch begrepen moesten worden en niet letterlijk. Deze opvatting is echter eeuwenlang in de vergetelheid geraakt. Pas in de 18e eeuw kwamen er geleerden die de sterke overeenkomst opmerkten tussen de oud-Egyptische religie en het Jezus-verhaal. Hieruit kon worden herleid dat Jezus een mythische figuur was, die model stond voor de geestelijke transformatie van de mens. De latere vondsten van gnostische geschriften hebben dit in wezen alleen maar bevestigd.

Voor mij persoonlijk betekent dit gezichtspunt een verrijking en een bevrijding. Toen ik het verhaal van Jezus’ kruisdood en wederopstanding als een inwijdingsmythe ging zien, vielen de ongerijmdheden en discrepanties in de bijbelse evangeliën weg. Het lijden heeft hier immers de betekenis van een innerlijke weg om het ego te laten ‘sterven’, zodat de goddelijke kern in de mens kan verrijzen.

Toen ik zover gekomen was, begon ik me af te vragen: wat moeten we dan denken van de andere personages in het Jezus-verhaal? En met name de figuur van Maria Magdalena? Heeft zij dan evenmin bestaan? In het algemeen staat er in de bijbelboeken heel weinig over de rol van de vrouwen rond Jezus. Zij lijken geen enkele echte functie te hebben in het heilsgebeuren. Als we daarentegen kijken naar de kosmische visie die leefde onder de eerste christenen - de gnostici - dan zien we daarin een veel groter aandeel van het vrouwelijk element, dat benoemd wordt als de joodse godin Sophia. In verschillende teksten wordt zij in verband gebracht met Maria Magdalena. De kerkvader Origenes beweerde zelfs dat Maria Magdalena onsterfelijk was en geleefd had vanaf het begin van de tijd. Uit deze aanwijzingen komt naar voren dat aan de Magdalena goddelijke proporties werden toegekend. Zij werd beschouwd als de personificatie van de Godin. Als we in aanmerking nemen dat het Jezus-verhaal sterk beïnvloed werd door de Egyptische mysteriën, dan is de vraag gewettigd: voor welke godin staat Maria Magdalena dan model? Wie was de belangrijkste godin in Egypte rond het begin van de christelijke jaartelling?

Hierover gaat mijn boek Het Evangelie van Isis, dat recent verschenen is bij uitgeverij Ankh Hermes. In dit boek ga ik in op de achtergronden van het ontstaan van het christendom, niet in Palestina, maar in de Egyptische stad Alexandrië. Vanaf de 3e eeuw voor Christus beleefde de  Isis-cultus in Egypte een sterke opleving, waarbij zelfs de Osiris-verering op de tweede plaats raakte. Mede door de invloed van Cleopatra verspreidde de vernieuwde Isis-cultus zich in rap tempo door de toenmalige Griekse en de latere Romeinse wereld. Rond het jaar nul was eigenlijk iedereen wel min of meer bekend met de mythe van Isis en Osiris. De mythe van de dood van de godman, die drie dagen in het dodenrijk verbleef en daar door Isis, de grote godin, uit verlost werd. Deze basisgedachte kwam ook voor in andere mysteriereligies van die tijd. Maar nergens werd zo duidelijk als in het Egyptisch Ritueel dat het de Godin was, het Vrouwelijk Principe, dat de mens redde van de – geestelijke - dood en opwekte tot wedergeboorte. Dit is de achtergrond waartegen de Jezus-mythe ontstond als een nieuwe – en toch oude – mysteriereligie van joodse makelij.

In Het Evangelie van Isis komen de puzzelstukjes bij elkaar, waardoor een nieuw beeld ontstaat van het vroege christendom en de ware betekenis daarvan. In de door de kerk gekuiste versie van de bijbelse evangeliën is nog de code terug te vinden van Isis, de Grote Godin van het oude Egypte. Daarbij krijgt het personage van de Magdalena een extra dimensie; immers zij is de Isis in het Jezus-verhaal. Misschien is het voor sommigen een teleurstelling te ontdekken dat Maria Magdalena geen levende historische persoon was, maar door haar ware betekenis te onderkennen brengen we het Vrouwelijk Principe weer terug waar zij altijd had moeten zijn: in het hart van elke religie, elke spiritualiteit.

Dit artikel is verschenen in het decembernummer van "Spiegelbeeld", 2007.

 top

 Het Evangelie van Isis.

 Er bestaat niet zoiets als het Evangelie van Isis, schrijf ik op één van de laatste bladzijden van mijn boek. Het is augustus en ik zit met de drukproeven vóór me. Hierna worden de correcties ingevoerd en gaat het manuscript naar de drukker, zodat het half oktober in de boekwinkels kan verschijnen. Ineens denk ik: het Evangelie van Isis bestaat wél; kijk maar, het ligt voor me, ik heb het zelf geschreven. Tja, het is niet direct wat je van een evangelie zou verwachten. Het zijn geen goddelijke woorden; meer menselijke onthullingen.

 Hoe ben ik er toe gekomen dit boek te schrijven? Het is me min of meer aan komen waaien, zoals alles wat met de oud-Egyptische godin Isis te maken heeft in mijn leven. In 1993, toen ik al een paar jaar als mediamiek ‘kanaal’ fungeerde voor gidsen en engelen, kwam de energie van Isis als een groot veld van licht over me heen. Bijna tien jaar lang heb ik woorden en energieën gechanneld die voorkwamen uit dit specifieke energieveld van het goddelijk vrouwelijke. Onbeschrijflijk liefdevol en krachtig, een manifestatie van vrouwelijkheid die wel uit de oertijd leek te komen.

Ik merkte dat het woord ‘Isis’ bij veel vrouwen sterke reacties opriep. Sommigen begonnen spontaan te menstrueren, bij anderen hield het vloeien juist op. Gevoelens van herkenning en thuiskomen, van genezing en bekrachtiging kwamen los. Huilen en lachen. En diepe stilte. Ook mij heeft het veel gedaan, het heeft mijn leven behoorlijk door elkaar geschud, te veel om hier op te noemen.

Toen die periode voorbij was, bleef ik met veel achter dat verwerkt moest worden, geïntegreerd. Dit boek is een facet van dat integratieproces. Er waren dingen door mij heen gezegd, die ik zelf niet helemaal begreep. Indringend was er gesproken over de invloed van Isis op het christendom. Maar hoe zat dat dan? Was dat wel waar of had ik dat verkeerd ‘vertaald’? In hoeverre waren de woorden die ik doorkreeg beïnvloed door mijn eigen onderbewuste? Ik besloot om het uit te zoeken. Maar ik wilde daarbij alleen gebruik maken van ‘wereldse’ bronnen, wetenschappelijk materiaal, archeologische vondsten, ontdekkingen van cultureel antropologen en materiaal uit mythen. Geen mediamieke bronnen dus.

 Tijdens het schrijven merkte ik dat ik steeds weer buiten mijn eigen denkkaders moest treden om te begrijpen hoe de vroegere mens leefde in een partnerschapssamenleving. Denkkaders, die, besefte ik, inherent zijn aan onze patriarchale cultuur. Die cultuur heeft ons geleerd dat aarde, lichamelijkheid, vrouwelijkheid, intuïtie en seksualiteit een lagere waarde hebben dan hemel, geest, mannelijkheid, logos en rationaliteit. Dat is immers hoger, beter? Natuurlijk kunnen we daar nu wel doorheen kijken, denken we. Ik ontdekte echter dat deze zogenaamde waarden nog een stevige, vaak onbewuste, greep op ons hebben. Dit boek is dan ook vooral bedoeld om ons denken op een ander spoor te zetten. Ik zeg niet dat wat ik schrijf de absolute waarheid is. Maar wat we gedurende 5000 jaar patriarchaat geleerd hebben is zéker niet de absolute waarheid; het is zelfs een zware vertekening van onze geschiedenis. Dit is een boek over de historie van onze spiritualiteit, van god als vrouw naar god als man en wat dat met ons gedaan heeft. Niet alleen met vrouwen, maar zeker ook met mannen. En daarmee met de verhouding tussen het vrouwelijke en mannelijke in de westerse ‘beschaving’. Naar ik hoop is dit boek een aanzet om over deze dingen na te denken; om ánders te denken, voorbij de conditionering.

Mij heeft het schrijven ervan ruimte gegeven. Nu ik beter begrijp hoe het allemaal zo gelopen is in het verleden, heb ik rust gekregen. Er is als het ware een gat in me opgevuld. Mijn woede is verdwenen met het onbegrip. Ik kan op de aarde staan in het hier en nu.

Ik ben blij met het boek dat nu voor me ligt. Dit is het boek wat ik wilde schrijven; hierin heb ik alle informatie die in mij lag te sluimeren, samen kunnen brengen in één geheel, in één context. Ik hoop dat het met net zoveel plezier gelezen wordt als het geschreven is.

* Dit artikel is verschenen in "Zij is de Cirkel" van september 2007. Zie: www.wijzevrouwencirkel.nl

top